Examenperiode breekt aan, bieb is 24/7 open. In de hoek ligt een meisje met een deken over zich heen te slapen, mensen sluiten zichzelf dagen aaneen op met hun boeken en om al te veel zenuwinzinkingen tegen te gaan worden er gratis massages aangeboden. Juist.
Ik heb weer een stel foto’s geupload, werd onderhand tijd. Oja, ik kan sinds m’n vorige post het volgende van m’n lijstje afstrepen:
- Metropolitan Museum of Art. Nee, het is niet groter dan het Louvre. Echt niet.
- Yankees Game: Honkballen is saai en $10 voor een dood biertje is echt teveel geld. Wel geen agressieve hooligans (of althans minder).
- Top of the Rock: Net zo mooi als de top van het Empire State Building, maar zonder uren in de rij te staan.
- Brooklyn Bridge: zie foto’s.
In het gebouw van het voormalige Victoria Hotel, op de 20e verdieping, is nu een rooftop bar gevestigd: te dure cocktails met uitzicht op het Empire State Building. Ik heb de Manhattan skyline al eerder gezien, maar vanaf hier is het niet slechts een stel hoge gebouwen in de verte, je staat er midden in. Omringd ben ik, door honderden gebouwen, door duizenden en duizenden verlichte ramen, die zowel in de diepte als in de hoogte verdwijnen. Het Empire State Building is recht voor ons een reusachtige fallus, het effect nog versterkt door de relatieve nabijheid. Ik kan niet wegkijken — Het is alsof ik op een kraakheldere nacht voor het eerst de sterren zie. Maar eenmaal weer binnen, mijn zeven euro kostende fluitje ten spijt, kan ik er niet aan ontsnappen. Het ziet er uit als een kruising tussen Yab Yum en een matig hotel, met rode en paarse banken en een hoogpolig tapijt; het publiek vormt (de dresscode van op z’n minst een jasje ten spijt) een zwetende, hijgende, stomende, droogneukende meute in te korte rokjes en met teveel gel in het haar. De jongen die met z’n rug naar me toe staat tilt z’n shirt op, zodat het halfnaakte meisje voor hem z’n buik kan likken. Bij de ingang wordt gevochten, want het deurbeleid is ehh… Discriminatoir. Dit alles ten spijt kan ik het niet langer ontkennen, niet nu ik een half uur alleen maar naar de wolkenkrabbers heb staan staren. New York, New York, wat een fantastische stad.
Het lijkt wel alsof het weer hier alleen maar extremen kent. Na twee keer enorme sneeuwval heeft het vorige week aan één stuk door gegoten, terwijl het afgelopen week belachelijk warm en zonnig was, met als hoogtepunt vandaag: 23 graden. Dat soort extremen zijn dan weer consistent met global warming, heb ik me laten vertellen, en van wat ik gehoord heb is het weer ook in Europa totaal ontregeld. Hoe dan ook heb ik deze plotselinge lentedoorbraak aangegrepen om voor het eerst in drie maanden wat aan sport te doen te gaan hardlopen in Central Park, drie keer al deze week. Hieronder een plaatje van de route die ik ongeveer loop vanaf mijn huis (klikbaar naar Google Maps). Dit is zo’n 6km, en er kunnen naar wens rondjes à 2,5km toegevoegd worden (in het echt loop je direct langs het water):
Hoe langer je hier bent, hoe meer het opvalt. Je ziet het overal, wat Sinatra (of Alicia Keys en Jay Z, for that matter) ook zeggen: de desinteresse en gelatenheid, en de desolate sfeer die hier hangt. Het meisje achter de kassa, drie ringen in het linkeroor, blik op oneindig, mond half open. Eén hand op de rug, met de ander pakt ze de boodschappen, houdt ze voor de scanner, legt ze weg. Een grauwe flat met evenveel karakter als de Bijlmer bajes, aan de gevel een vergeeld bord: ‘Frederick Douglas houses, a wonderful community’. Er tegenover is een raam van een winkel volgeplakt met allerlei advertenties en aanplakbiljetten. In het midden hangt een handgeschreven bord, stift op karton, ‘we accept foodstamps’, het laatste woord onderstreept. Daarnaast Valley Drugs, ‘Grand Opening!’, de schappen baden in een zee van TL licht, maar er staat niemand achter de toonbank: de winkel is gesloten. Uit een ventilatierooster komt stoom, net als in de film. In de stoom ligt een dakloze, op zoek naar warmte – dat is dan weer niet zoals in de film. Concrete Jungle? Ja, ja. Uiteraard. Jan uit.
Na Snowmageddon en Snoverkill hebben we nu, weet ik veel, jullie mogen het zeggen – een snurricane? Een snornado? Het is in ieder geval niet leuk meer. Er gaat deze paar dagen meer sneeuw vallen dan normaal in een hele winter. Vanochtend was het nog natte sneeuw, blegh door de slurrie banjeren op weg naar college, maar de temperatuur is gezakt en nu blijft het liggen. Het sneeuwde toen ik vanochtend vroeg opstond, het sneeuwde toen ik naar de kroeg toe ging en het sneeuwt nu, om 03.30, nog, en zo blijft het de komende dagen. Het zag er zo surrealistisch uit toen ik daarnet terugliep: op Broadway – Broadway verdomme! – reed nauwelijks een auto en lag een laag sneeuw van een paar centimeter, waar overdag elke tien minuten een sneeuwschuiver langskwam; op de stoep waren de voetsporen van al mijn voorgangers al uitgewist door verse sneeuw, maagdelijk poeder knerpte onder m’n schoenen, een fantastisch geluid, en het zag er uit als poedersuiker, ik wilde het opeten. Ik heb niet meer zo veel sneeuw gezien sinds ik vijf jaar terug voor het laatst op wintersport was, en zelfs toen eigenlijk niet. Oke, niet overdrijven. Maar het zag er zo surrealistisch uit dat ik om 3 uur ‘s nachts m’n camera heb gepakt en weer naar buiten ben gegaan om foto’s te maken, maar ja, om 3 uur ‘s nachts en meer dan een beetje aangeschoten maak je natuurlijk niet de beste foto’s… Nee, jullie zullen het van me aan moeten nemen: zoiets zie je niet vaak.
Update: ja, het sneeuwt nog steeds
